|
emigratie • de aanloop
Dublin, een muzikaal bezoek
|
||
|
lopend dagboek dagboek 2006 05 04 03 02 01 2005 12 11 10 09 08 07 06 05 04 03 02 01 2004 12 11 10 09 08 07 06 05 04 03 02 01 2003 12 11 10 09 08 07 06 05 04 03 02 01 2002 12 links kathrijn hendrikje beeldverslagen armagh city waarom armagh de aanloop dublin '98 dublin '99 uilleann pipes
|
|
geschreven voor Mokum Folk, december 1998. De eerste voorzichtige kennismaking met the Cobblestone. Eindelijk is het ervan gekomen: na een jarenlang groeiende interesse en liefde voor voornamelijk de Ierse muziek gingen we naar het land van uilleann pipes en Guinness (althans, daar ging het mij om). De eigenlijke beweegreden was een andere: het voorbereiden van een stage bij het National Museum of Ireland voor mijn vrouw, maar daar zijn de lezers van Mokum Folk, lijkt mij, niet echt in geinteresseerd, dus houden we het bij enkele muzikale aanraders. Wat me het eerst van het hart moet is dat het me eerlijk gezegd wat tegenviel. Niet de hoeveelheid of de kwaliteit van de muziek, maar de muziek gezien vanuit een ‘pipers’s point of view’. Let wel, ik heb me meer dan kostelijk geamuseerd, maar de illusie dat ik bij alle sessies over de pipes zou struikelen is wreed tenietgedaan: één piper in Grafton Street en één piper bij Gogarty’s. Het rijtje pipes-CD’s dat ze bij de gespecialiseerde muziekhandel hadden kun je ook bij Fame vinden en de practise set die ze bij Walton’s verkochten was van Arie deKeijzer uit België. Nu zijn we maar een paar dagen in Dublin geweest, dus wie weet, volgende keer beter? De zondagochtend na aankomst hadden we meteen een sessiebezoek geplanned: naar de Cobblestone. Deze pub adverteert met ‘Sunday Morning Sessions’, maar wanneer begint de zondagochtend in Ierland? Het blijkt dat in ieder geval de zondagochtendsessie om één uur ‘s middags begint. De Cobblestone zit een eindje uit het centrum, maar is het bezoeken waard: een pub waar je je meteen thuisvoelt en waar door een bescheiden formatie muzikanten gespeeld wordt. De middagsluiting vormt geen probleem: er wordt gewoon doorgespeeld en doorgeschonken en wie erin of eruit wil gaat gewoon via de zijdeur... Een andere pub die we een paar keer bezocht hebben is Mick Noone’s pub. Ook een pub die niet in het centrum ligt, maar waar het eten fantastisch is, de drank goed, de waard vriendelijk en de muziek best. Het bleek het groepje muzikanten te zijn dat we al in the Cobblestone hadden ontmoet, aangevuld met een paar trekzakspelers. De pub waar we het echter het meest naar onze zin hebben gehad was, ik durf het bijna niet te zeggen: ‘The Oliver St. John Gogarty’. Vreselijk groot, geen persoonlijk babbeltje als bij Mick Noone’s, middenin Temple Bar, propvol toeristen, maar wel een gouden combinatie: beneden de pub waar sessies spontaan ontvlammen en waar je kunt eten, op de eerste verdieping de ‘music bar’ waar sessies georganiseerd plaatsvinden en waar je ook kunt eten en op de tweede verdieping het restaurant waar je, u raadt het al, kunt eten. En hoe! Voorzichtigheid is wel geboden: op straat staat een bord met daarop prijzen die erg vriendelijk zijn en een verwijzing naar een locatie die zich bovenaan een trap moet bevinden. De argeloze toerist gaat de trap op, ziet daar een nog lege ruimte en gaat NOG een trap op en komt in het restaurant, waar inderdaad gegeten kan worden maar waar wel heeeeeel andere prijzen gelden. De prijzen op het bord beneden gelden toch voor die nog lege ruimte, de music bar, en ook voor de begane grond. Maar het eten in het restaurant is werkelijk fantastisch. U merkt het, naast muziek is ook eten één van mijn passies, maar, terug naar de muziek. Na een copieuze maaltijd daalden wij af naar de music bar waar wij vergast werden op een waar spektakel waar het sessies betreft: ongeveer tien muzikanten speelden de hele avond lekkere muziek, gevarieerd en niet te snel EN er zat een piper tussen, tot mijn grote genoegen. De verzameling muzikanten blijkt een greep te zijn uit een blik van ongeveer dertig muzikanten, die per toerbeurt bij Gogarty’s spelen. Gogarty’s blijkt ook het begin te zijn van een ‘musical pub crawl’, waarbij de toerist wordt meegenomen langs allerlei pubs en gaandeweg ingewijd wordt in de beginselen van de Ierse muziek. Dat die muziek niet traditioneel hoeft te zijn om in Temple Bar gespeeld te worden merkten we bij ‘The Auld Dubliner’. Fantastisch lekker eten, dat wel, maar de muziek liet wat te wensen over: een eenmansformatie die, na ongeveer anderhalf uur stekkers in een hele verzameling apparatuur stoppen, begon met het repertoire à la ‘I give you a daisy a day dear’ (‘Ik geef je een roosje mijn roosje’), zichzelf daarbij begeleidend op gitaar en een batterij knoppen, waaronder een instant achtergrondkoor. En we hadden net een nieuwe pint besteld... |