emigratie  •  de aanloop
juni t/m augustus 1999: drie maanden Dublin
...
.
updates: vorige 1  2  3  4  5  6  7  8 volgende

Een waarschuwing: dit is echt een HEEL ERG LANG mailtje. Een mail dus. Het is maar dat je het weet voordat je eraan begint. Je kunt NU nog op delete drukken...

Een FLO-GAS vlag achter een vliegtuigje tegen een stralend blauwe hemel, da's het uitzicht waarmee ik deze alweer vierde update (zondag 1 augustus) begin. Stralend weer: Thirs en schoonmama zijn, waarschijnlijk evenals hele hordes Dubliners, de in een van de eerste updates vermelde mooi-weer-wandeling van Bray naar Greystones aan het maken. Die wandeling heb ik al een keer gemaakt, de terugweg ook, mijn linkerknie geeft sinds eergisteren signalen dat-ie niet al te veel belast wil worden (verkeerde beweging gemaakt in het CyberCafe bij het eruit- en erinfriemelen van een ethernet-stekkertje onder tafel) en ik wilde dit mailtje schrijven; vandaar dat ik niet ben meegegaan, maar als ik dat weer zo zie bekruipt mij een zweem van spijt.

De week na het laatste mailtje was een week zonder veel bijzonderheden, nou ja, eeh, werk-werk, oefenen op de pipes en de gewone bijzonderheden: les van Neillidh, werken in de CobbleStone. Optreden van Samuel Smith opgenomen met de MiniDisc. Dat apparaatje blijft me verbazen: prachtige geluidskwaliteit, je kunt tracks titels geven, stukjes wegknippen, tracks markeren. Fantastisch. Waar ik alleen niet over uit kan is dat dat ding geen USB-of-iets-dergelijks-poort heeft: het zou zo mooi zijn als je 'm gewoon aan je computer kunt hangen en van je toetsenbord en een sleur- en pleurinterface gebruik kunt maken.

MAAR: op zaterdag: eindelijk op weg naar Drumshanbo. Daar hebben we ons al maanden op verheugd: onze echte vakantie. Een voorspoedige en erg mooie busreis bracht ons te vroeg (!!!! niet op tijd is heel gewoon in Ierland, het betekent echter vrijwel zonder uitzondering te laat) in Carrick on Shannon, de hoofdstad van County Leitrim. De reis van Dublin naar Galway het weekend eerder was saai, ging voornamelijk over de snelweg en we hebben die voor het grootste gedeelte slapend doorgebracht, maar deze reis ging over Postman Pat weggetjes, met uitzichten over zacht glooiend landschap, meren, bergen en dalen, verzamelingen bomen die een moedige gooi doen naar de titel 'bos' en door schilderachtige dorpjes. Wat men in de rest van Ierland en in de reisgidsen tegen County Leitrim heeft is mij een raadsel: het is het mooiste stukje Ierland dat we tot nu toe gezien hebben. Maar we zijn er inmiddels aan gewend dat ons oordeel niet altijd door de meerderheid gedeeld wordt en in dit geval moet dat maar zo blijven... Dus: LEITRIM IS HELEMAAL LEEG EN SAAI EN JE MOET ER VOORAL NIET HEENGAAN. Zo.

Afijn, we waren dus te vroeg in Carrick on Shannon (kortweg Carrick genoemd) en waar we al voor gewaarschuwd waren, dat het leven op het platteland enkele versnellingen lager draait dan in Dublin (en wij vinden Dublin al zo ontspannen), hebben we aan den lijve mogen ondervinden: we zouden om half vijf opgehaald worden. Nou werden we inderdaad opgehaald, maar uiteindelijk om kwart over zes. En we waren er om kwart over vier. Om kwart voor vijf zagen we een bus komen. En vertrekken. Naar Drumshanbo, met allemaal muzikanten. Het vertrekschema bij de bushalte leerde ons dat dat de enige bus IN DE WEEK was. Met in gedachten het gezegde dat Neillidh van zijn vader heeft en mij steeds inprent als ik weer eens te snel speel en noten oversla - "The man who made time made plenty of it" - hebben we om kwart over vijf eens voorzichtig een belletje gewaagd: OEPS - helemaal vergeten, ze zouden er na een paar minuten zijn. Maar, er bleek een soort TT in voorbereiding te zijn waardoor diverse wegen afgesloten waren en er een omweg van een half uur gemaakt moest worden. Na dus ruim twee uur wachten in de brandende zon werden we opgehaald, een bevestiging van de les dat zaken die je niet zelf (eeeh, nou ja, die Thirs niet zelf) regelt en aan anderen overlaat meestal in het honderd lopen.

Ook de eerste ervaringen in Berry's Tavern aan de hoofdstraat van Drumshanbo stelden ons geduld nogal op de proef, we zaten duidelijk nog wat tandjes te hoog: het duurde tot dinsdag voordat we een beetje wisten wat we wanneer konden verwachten en wat er van ons verwacht werd. Na het nuttigen van een flinke lading sandwiches kregen we een prachtige kamer toegewezen: een driepersoonskamer voor de prijs van een tweepersoons, eigen douche en toilet, inclusief ontbijt, lunch en avondeten. De manier waarop we aangesproken werden was ook even wennen: vriendelijk bedoelde opmerkingen of we genoeg ontbeten hadden of of we koffie wilden klonken eerder als een beschuldiging dan een vraag, maar, Berry's Tavern is een van de beste onderkomens die ik ooit heb meegemaakt: volledige vrijheid van komen en gaan, als je tussendoor honger hebt (hmmm, dat was voornamelijk na thuiskomst des nachts voor het slapen gaan) maak je zelf maar wat klaar in de keuken, oefenen was geoorloofd in het hele pand (!), na het uitgaan van de school stonden (meestal) soep en sandwiches klaar en na ruim een week voelden we ons eerder gezinsleden dan gasten, het betalen (vijf minuten voor een haastig vertrek) voelde dan ook wat ongemakkelijk. Ook de sfeer onder de gasten was erg kameraadschappelijk en er werd goed op elkaar gepast: de kamers langs als het eten (eindelijk) klaar was, is die-en-die al wakker en heeft-ie al ontbeten. Voornamelijk op de ochtenden dat iedereen eerder wakker was dan gastvrouw Nessa en haar dochter Margareth deden de taferelen in de keuken erg denken aan de ochtenden lang lang geleden voor het naar school gaan. Alleen dan van een erg groot gezin. Bij vertrek hebben we meteen voor volgend jaar geboekt...

De eerste avond in Drumshanbo hebben we voornamelijk verkennend doorgebracht: de offiële opening op straat van de Joe Mooney Summer School bijgewoond, een heel erg kleine wandeling in de omgeving gemaakt en vroeg gaan slapen.

De zondag regende het. En het bleef regenen. Flink. Dat was mooi want we hadden twee weken eerder ieder een regenjas aangeschaft, tot die tijd geen regen gehad en we konden ze nu dus mooi uitproberen. Dus met regenjas aan vol goede moed aan de Leitrim Way, een wandelpad van ongeveer 40 kilometer lang, begonnen. Althans dat dachten we. Door het gebrek aan interesse in Leitrim bij iedereen buiten Leitrim hadden we geen gedetailleerde kaart kunnen bemachtigen en wisten we alleen maar bij benadering waar de Leitrim Way begon. We hebben dus een ochtend naar achteraf bleek over de doorgaande weg gewandeld en op de terugweg dankbaar het aanbod van een aardige meneer om ons met de auto terug naar Drumshanbo te rijden aangenomen. Niet vanwege de regen of de afstand, maar het was toch best gevaarlijk. Aan het eind van de middag hebben we, na in de pub bijgekomen en opgedroogd te zijn, ons aangemeld als studenten voor de zomerschool en 's avonds wilden we een lezing bijwonen over Ceol, het nieuwe traditionele muziekcentrum op Smithfield in Dublin. Maar, helaas, het eten was nog niet klaar, en het duurde en duurde maar en toen we eindelijk zaten te eten was de lezing al begonnen. Wat we nog net mee konden pakken was de lancering van de CD van Ben Lennon door Neillidh (CD later in Paddy Mac's Pub gekocht en laten signeren door Ben himself). Maar niet getreurd: die avond begon de Tavern vol te stromen en hebben we kennis gemaakt met: Swier Oosterhuis, piper van Texel (voor mij eerder NADER kennis gemaakt), Masa (Masahiro Ishiwatari), piper uit Tokyo, Bengt-Göran (BG), banjoist uit Örebro en Tove, violiste uit eveneens Örebro maar oorspronkelijk uit Rättvik.

Maandagochtend om acht uur ging de wekker af. Iets wat-ie de komende vijf dagen ook zou doen, niet altijd even welkom. Douchen (warm als Nessa of Margareth ook al wakker waren, anders koud, word je lekker wakker van), ontbijten (full Irish breakfast of een eigen keuze uit wat er voorhanden is) en op weg naar de zomerschool. Flink eind gelopen naar de school aan de andere kant van het dorp, blijkt dat we dit jaar ondergebracht zijn in een andere school om de hoek bij de taveerne. Gelukkig zaten zang en pipes in hetzelfde gebouw en konden Thirs en ik iedere dag samen heen en terug. Stel je voor... In een busje samen met de andere studenten die verkeerd zaten teruggebracht en kennisgemaakt met onze docenten: Rosie Stewart en Brian McNamara. Rosie Stewart is een zangeres in de traditionele stijl, wat wil zeggen dat ze onbegeleid zingt en in de Engelse taal. Als ze in het Iers zou zingen zou het sean nós heten. Thirs heeft tot zondag nog getwijfeld of ze sean nós zou gaan doen of traditioneel en heeft op aanraden van Dick (een zanger die ik ken uit de CobbleStone, bijgenaamd The Singing JackHammer vanwege zijn hoekige vibrato) voor traditioneel gekozen: da's meer dan genoeg om mee te beginnen. Rosie Stewart is nogal een karakter in de Ierse traditionele scene: Noord-Iers, rebels, zware rookster en drinkster (whiskey) met de charmes van een bouwvakker. Maar, ze heeft een mooie, sterke stem en daar gaat het om. Thirs zal nog wel een stukje over haar ervaringen en Rosie Stewart schrijven.

Mijn docent was Brian McNamara, lid van de omvangrijke en muzikale McNamara familie die pas een CD heeft uitgebracht (de familie): Leitrim's Hidden Treasure. Een erg rustige en lieve man met een even rustige en lieve stijl van spelen, mij met iets teveel grace-notes maar in een rustig tempo met aandacht voor iedere noot waardoor de melodie volledig tot zijn recht komt. Oftewel: volgens de 'oude stijl'. Deze stijl krijgt weer steeds meer aanhangers, in reactie op de stroming die in de jaren zestig werd ingezet om traditionele tunes zo snel als fysiek mogelijk is te spelen (Bothy Band met Paddy Keenan, The Fureys met Finbar Furey). We hebben dan ook eerder op techniek gelet dan op het leren van zoveel mogelijk tunes. Desondanks toch nog zeven tunes geleerd in zes dagen waaronder enkele erg leuke tunes die ik verder aan het uitdiepen ben. Brian speelde tijdens de lessen op een full set in D, maar zijn passie ligt bij zijn C set van Geoff Woof. Hij heeft 'm net een jaar, heeft er vier jaar op moeten wachten en da's nog erg kort.

Als je er nu een bestelt is-ie zo rond 2010 klaar. Maar, het was het wachten waard: een heel erg mooi geluid, vooral de drones geven een vol en warm geluid. Overigens, een van m'n klasgenoten, Sinead, veertien jaar oud, krijgt met kerst een full set gemaakt door Andreas Rogge. Heeft ze in maart besteld, maar ze heeft een oom die Noel Hill heet: Ierlands bekendste concertina-speler en hij heeft even aan wat touwtjes getrokken. Tsss.

Neillidh deed de 'advanced class' en Brian de 'non-advanced class' en met mijn ruime jaar spelen ben ik een absolute beginner. We waren met z'n zevenen: Francis, een Welshman die al drie jaar speelt maar er helemaal niets van bakt (er werden in de pub tijdens sessies al grappen over hem gemaakt: that's what it sounds like when you stick a cat under your arm, blow it's tail and squeeze it; you'll have to wear a leather jacket though, 'cause it'll scratch the hell outa you), Veronique, een Franse dame die ieder jaar een ander instrument kiest en dit jaar inderdaad op maandag voor het eerst van d'r leven een set pipes aanraakte (ze heeft het grootste gedeelte van de lessen in de keuken zitten oefenen op pomp- en druktechniek en toonladders), Sinead, het nichtje van Noel Hill, Donell, het neefje van een van Ierlands top-pipers Mick O'Brien (op een van zijn oom geleende Alain Froment practise set), Elvin, een jongetje van acht, Masa de Japanse piper en ik.

De doorsnee dag was: eerste helft van de tune voor de pauze, tweede helft na de pauze, terug naar de tavern, lunchen, oefenenoefenenoefenenoefenenoefenen, dineren, oefenenoefenenoefenen en naar de pub: luisteren naar sessies. Zelf heb ik niet bij sessies meegespeeld: er heersen daar ongeschreven regels die het je eigenlijk verbieden aan te schuiven als je niet behoorlijk mee kunt spelen. Niet dat Francis zich daar iets van aantrok...

Het oefenen 's middags bracht wat problemen met zich mee: Thirs wilde ook oefenen, maar we hadden maar 1 kamer. We hebben het opgelost door Thirs eerst te laten oefenen terwijl ik de lessen op de minidisk aan het editen en de tunes met de bladmuziek erbij aan het beluisteren was. Thirs had ook een paar middagen zangsessie (in de pub, ging prima en ze kreeg ook nog applaus!) waardoor ik in alle rust kon oefenen. Nou ja, rust: als je tijdens de middagen door de gang liep kwam je uit iedere kamer het geluid van een andere tune op een ander instrument tegemoet: fluit, gitaar, pipes, fiddle, banjo... allemaal doorelkaar. En ik heb ook een keer in de woonkamer van Nessa zitten oefenen.

De avonden/nachten waren we meestal in de pubs te vinden, voornamelijk in Monica's, Moran's en de bar van Berry's Tavern zelf. Een bijzonder heuglijke gebeurtenis was de privee-sessie op de kamer van BG en Tove: Swier, BG en Tove zaten te spelen en we hebben tijdens mijn aanwezigheid de schamele hoeveelheid deuntjes die ik geleerd had zitten spelen. Mijn eerste sessie!!! Samenspel met andere muzikanten! Jawel!

De bar van Moran's was wat vreemd: een ruimte die met een spaanplaten afzetting was onderverdeeld in een kruidenier en een pub. De toonbank van de kruidenier liep zonder gewetenswroeging naadloos over in de tap van de bar, waar meer ruimte was voor muzikanten dan voor bezoekers. Wel erg goede sessies: nog enkele Nederlandse muzikanten ontmoet die ik kende van het muziekweekend in De Glind in februari en uit Mulligans (de pub in Amsterdam). Heb zelfs een afspraak gemaakt om na terugkomst mijn geluk te beproeven tijdens hun oefenavonden in Amsterdam. Wel zullen wel zien of ik daar dan al klaar voor ben...

Met name twee sessies zijn me bijgebleven: een in Monica's waar onder leiding van Neillidh ongeveer vijftien kinderen tot drie uur 's nachts zaten te spelen en een sessie in Berry's Tavern onder leiding van Brian. Het bijzondere aan de laatste sessie was dat-ie in C was en da's erg apart. Erg prettig aan de oren. Het verbazingwekkende aan de sessie in Monica's was het gemak waarmee gespeeld werd en waarmee verschillende instrumenten de ronde deden: ik heb Sinead die avond ook nog concertina, bodhran en tin-whistle zien spelen...

Dinsdag was een drukke dag: 's middags had Thirs d'r eerste pub-zang-sessie in Monica's met de hele traditionele zangklas. Ik ben er even langsgeweest en was precies op tijd om haar te horen zingen en heel erg hard te klappen. Naar een lezing door Peter Browne over het leven van Seamus Ennis geweest en 's avonds naar de Youth Recital. Op die avond spelen de zeer getalenteerde kinderen en tieners met z'n allen verschillende tunes en tussendoor wordt er solo of in kleine groepjes gespeeld. Erg indrukwekkend. En frustrerend. Vooral een 14-jarige piper uit Amerika, Tyler Duncan, leerling van Al Purcell. De jongen claimt nog maar 18 maanden te spelen maar niemand gelooft 'm. Technisch erg goed, maar veel te snel, veel te veel tierelantijntjes en een enorme eikel bovendien. Na de recital nog gebleven om even naar het Ceili Set Dancing te kijken; dit is NIET het Riverdance-geweld maar eerder een wat gezapige vierkantjes/rondjes volksdans (althans, zo komt het op mij over; niet erg inspirererend, maar wel erg handig om voor ogen te houden als je een hornpipe speelt, die is bedoeld als dansbegeleiding maar nodigt uit om te snel gespeeld te worden).

De donderdagavond wederom naar het community center om naar het Grand Traditional Concert te luisteren: het optreden van de docenten. Nou waren er 27 docenten en gelukkig deden ze niet Bredase muzikanten na: die kunnen met 10 muzikanten vijfentachtig bands vormen, maar het was alsnog een erg lange zit: vijf uur. Maar het zitten meer dan waard, het niveau was wat je van de docenten mocht verwachten: subliem. Het was een erg emotioneel moment toen Brian de tune "When Sick is it Tea you want?" opdroeg aan zijn die middag overleden grootmoeder.

Tot vrijdag heeft het geregend. Eigenlijk heeft het maar één keer geregend: van zondag tot vrijdag. Maar niet OP vrijdag. Het was stralend weer en eigenlijk hadden we gedacht 's middags met een bustocht mee te gaan naar de huizen, graven en gedenktekens van John McKenna, O'Carolan en Packie Duignan, maar we besloten te gaan wandelen. Dit keer hebben we WEL een stuk over de Leitrim Way gewandeld (volgend jaar gaan we de week VOOR de zomerschool al naar Drumshanbo om 'm helemaal te lopen) en zijn na een kort stukje rechts afgeslagen, de berg op. Prachtig. Wat een uitzicht. Eeeh, o nee. Wat saai. Alleen maar bomen en meren en heuvels en weilanden. Bah. Op de terugweg nog ongeveer een bezoek gebracht aan het graf van John Gorman (Jack the Piper) die een beroemde piper en fiddler en rondreizend onderwijzer in beide instrumenten was. Hij ligt begraven in de 'famine graveyard': een grasveld waar de armen die tijdens de Grote Hongersnood zijn omgekomen begraven zijn. Geen grafstenen. Niets. Alleen een gedenksteen dat Jack the Piper hier ergens begraven is. Hij is overleden ergens in 1917 toen hij overvallen werd door een sneeuwstorm. Toen ze hem vonden was het enige waar ze hem aan konden herkennen zijn jas en zijn viool.....

Aangezien Brian's grootmoeder op zaterdag begraven werd hebben we die dag les gekregen van iemand anders dan Brian: Mikey Smith. Mikey was op zijn beurt erg aangedaan door het overlijden van piper Andy Conroy de dag ervoor (dit is een wel een erg morbide stukje e-mail). Andy was, naar de verhalen te oordelen, een uitzonderlijk iemand (ik moet gaan uitkijken, ik wilde zeggen: nogal een karakter), bijoorbeeld: op zijn 81e heeft hij z'n zwarte band karate gehaald. Mikey heeft erg veel van hem geleerd, speelt in zijn stijl en ik heb nog nooit iemand zo 'tight' horen spelen: de goede jongen (Mikey is 17 en bespeelt de regulators zoals ik tot nu toe alleen maar Leo Rowsome heb horen doen, het is gewoon niet eerlijk) speelde octoplets... Nou heb ik al moeite om triplets een beetje behoorlijk uit mijn chanter te krijgen: dat zijn drie noten in de tijd van twee. Octoplets zijn er ACHT. (Van Swier hoorde ik dat ze op de Schotse pipes nanoplets kennen). Jammer genoeg zijn er geen commerciële opnamen gemaakt van de man en moeten degenen die hem niet persoonlijk gekend hebben het met zijn invloed op leerlingen doen. Misschien dat ik nog eens via via aan een huiskamer-opname kan komen.

De zaterdagmiddag werd afgesloten met een groot festival buiten, nou ja, een samba-band die rondjes door het dorp liep en dus iedere tien minuten voorbijkwam. Dat klonk wel erg vertrouwd, zo'n sambaband, dat associeer je toch eerder met Zuid-Oost dan met een dorpje in de Midlands van Ierland. Nou was dat zowiezo wat bevreemdend: de hele wereld, letterlijk de hele wereld, komt naar Drumshanbo in the middle of nowhere om nederig onderwezen te worden in het maken van Ierse traditionele muziek en als je hoort waar de autochtonen naar luisteren... daar zakt je broek van af. Boomboomboomboom, I want you in my room hebben we helemaal grijsgedraaid horen worden.... Neillidh zou het indoctrinatie door Anglo-Amerikaanse consumententroep noemen, hij kan soms, net als veel andere Ieren en niet helemaal onbegrijpelijk, nogal nationalistisch zijn. Ook zijn tolerantie met betrekking tot niet-indigenous instrumenten kan soms aan nihil grenzen; grapjes als: "Als je een accordion en een banjo van de Cliffs of Moher gooit, welke raakt het eerst de zee?.... Who cares?" zijn geen uitzondering. Zo schijnt Séamus Ennis eens op de vraag "How should one play the bodhran?" geantwoord te hebben: "With a penknife..."

Die zaterdagavond hebben we volledig uitgeblust doorgebracht in Monica's. Zitten, drinken, luisteren en zo weinig mogelijk bewegen. Zo'n week gaat je niet in de koude kleren zitten: zes dagen lang om acht uur op, drie uur les, de middag oefenen, de vroege avond oefenen en de nacht en de vroege ochtend luisteren naar sessies, babbelen met andere muzikanten, luisteren naar anekdotes. En niet te vergeten slap ouwehoeren met de mensen die eigenlijk voor de (vanwege de regen afgelaste) TT kwamen en al die muziek wel leuk vonden. Want tijdens die week wordt Drumshanbo volledig overgenomen door muzikanten en draait alles 24 uur per dag om muziek. Overal zie je mensen met instrumentenkoffers lopen, overal ontstaan spontaan sessies en het onderwerp van gesprek is muziek, of anders drank. Het is tijdens deze week dat ik (intro: op de achtergrond zacht aanzwellende sitar muziek, geur van wierook en voornaamste kleur oranje) mij voor het eerst Muzikant voelde, in plaats van iemand die als hobby pipes heeft. Je wordt opgenomen als lid van een wereldwijde familie die één taal spreekt. Muziek heeft altijd al een belangrijke plaats in mijn leven ingenomen, maar deze ervaring was erg intens en flink verwarrend. Ik ben er nog steeds niet helemaal uit... (exit sitar, wierook en oranje)

Op zondagochtend hebben we lekker uitgeslapen, uitgebreid ontbeten en de spullen gepakt. Afscheid genomen van vroege vertrekkers en nog een wandeling gemaakt in de omgeving, dit keer de andere kant op. In de namiddag afscheid genomen van de late vertrekkers en met Masa, BG en Tove voor de volgende dag een afspraak gemaakt in The CobbleStone, aangezien ze allemaal naar Dublin gingen. In de bus naar Dublin kwamen we Saiaka tegen, een Japans meisje dat helemaal verslingerd is aan het ceili set dancing. Is een erg vreemd gezicht, om haar te zien dansen. Ook met haar een afspraak gemaakt voor maandag in de CobbleStone. En toen waren we weer thuis, in Dublin. Da's toch een erg vreemd gevoel. Thuis is Dublin, Amsterdam lijkt wel een ander leven, een andere wereld.

En toen begon het 'gewone' leven in Dublin weer: e-mail checken, werken, oefenen, een laatste ontmoeting met en afscheid van de medecursisten in de CobbleStone (men had me gemist, ik weet nog steeds niet of dat nou een goed of een slecht teken is), les van Neillidh. Verder naar Na Piobairi geweest om een paar muziekboeken, CD's en cassettes aan te schaffen en te bestellen en gereedschap en materiaal voor het maken van rieten aan te schaffen, daar wil ik eindelijk mee beginnen als in Amsterdam ben. Inmiddels weer een avond gewerkt in de CobbleStone EN een afspraak gehad met deputy Gormley, die me wel aan een werkplek met internet-toegang wilde helpen. Alleen: die werkplek zou alleen maar beschikbaar zijn van zes tot acht des avonds, de man wil als gunst terug een website met toeters en bellen (plaatjes, frames, video) en ik mag de man na nadere kennismaking niet, dus ik blijf gewoon drie keer in de week bij het CyberCafe mijn email checken. Afgelopen donderdag is schoonmama, ma Mulder dus, veilig en wel hier in Dublin aangekomen en moeder en dochter vermaken zich prima. We zijn gisteren (zaterdag) met z'n drietjes naar Waterford geweest. Was aardig, niet echt spectaculair: zijn naar Waterford Crystal geweest. Erg indrukwekkend, een enorme dosis vakmanschap dat daar tentoongespreid wordt. Alleen WAT ze maken vind ik niet echt mooi. Maar het is wel heel erg knap. Wat erg vreemd is is dat de mensen die er werken per goedgekeurd exemplaar betaald worden: haalt een exemplaar de kwaliteitscontrole niet, dan wordt de maker ook niet betaald. In de stad zelf was een zomerfestival aan de gang met wederom een sambaband EN een Japanse trommelgroep, de naam van het soort groepen is me even ontschoten. Maar ze waren ERG goed. Vol ontzag naar staan luisteren en kijken, want ze maakten er (vooral de dames) een aardige show van.

En dat brengt ons weer bij vandaag. Mogen jullie raden wat ik vandaag heb gedaan... :-). Nog een laatste mededeling: IK ROOK NOG STEEDS NIET!!! Ha!

And now a word from our Dublin corresponder

- Thirza Mulder . . . . .

...... er is een gezegde, iets met gras en wegmaaien. Maar goed, ik probeer de ontbrekende interessante verhalen aan het lange epistel van mijn geliefde echtgenoot toe te voegen.... Euh.... het enige waar Paul nog niet over heeft verteld, is mijn cursus traditional singing. De peentjes die ik gezweten heb voordat de cursus begon (ze zingen vast allemaal heel mooi en goed enne, ze durven vast allemaal meteen te zingen en ze kennen vast allemaal al heel veel liedjes), bleken voor niets: slechts vijf van de cursisten kwamen in aanmerking voor bewondering (en een beetje jaloezie) van mijn kant. Een aantal mensen zong gewoon, zoals ikzelf EN er waren zelfs mensen die niet konden zingen!!!! Eén ander Nederlands meisje dat meedeed kwam met voorzingen niet verder dan 'Alle eendjes zwemmen in het water'. Zij is ook niet meer teruggekomen na de eerste dag.

De cursus was gericht op het leren van traditionele liedjes op de van oudsher gebruikelijke manier: op het gehoor. Met de tekst op papier voor je neus, luisteren, nazingen, luisteren, nazingen, luisteren, nazingen totdat de samenzang enigzins harmonieus klonk. Daarna was het tijd voor, jawel, het solo-zingen: iedereen werd geacht het eerste couplet zonder al te veel valse noten, stiltes of het invoegen van andere liedjes te kunnen zingen. SLIK. In eerste instantie was ik blij dat het rijtje meestal aan die kant werd begonnen waar ik heeeel ver vandaan zat: dan had ik nog de tijd om goed te luisteren naar de anderen. Later ontdekte ik dat dat ook inhield dat je het lied dan ook meteen goed moest zingen. Liever maar met mij beginnen dan: dan kun je tenminste nog ongegeneerd fouten maken. Over het algemeen ging het zingen wel redelijk: ik kon na drie dagen alleen niet meer wat zingen zonder buiten adem te raken, aan het eind in een hoestbui uit te barsten of pijn in mijn borst te krijgen. Tijd voor eerste hulp van Rosie. Na wat extra tips over mijn ademhaling ging het stuken beter en kon ik de tweede sessie met goed fatsoen beginnen. De eerste sessie was een zenuwegedoe: ik was twee regels vergeten van het lied dat ik wilde zingen. Dat wist ik al vantevoren en ik vroeg Rosie of zij die misschien wist. Blijkt dat het lied dat ik van een CD heb geleerd van haar afkomstig is!!! Toen dorst ik het eigenlijk niet meer te zingen, maar ja ik kende op dat moment geen enkel lied volledig uit mijn hoofd en om dan maar een ander lied voor de helft te zingen of lalalala te zingen, dat leek mij geen goed plan. Van deze zenuwen begon ik het lied ook nog eens veel te hoog, aaarrrgh. Maar ik kreeg wel applaus, gelukkig maar.

De tweede sessie begon als een wedstrijd tussen de sessiemuzikanten en sessiezangers: diegene die het eerst in een pub beginnen hebben in principe het recht om verder te gaan. Nou waren wij er veel eerder, maar moesten of wilden wachten op een aantal andere mensen, waardoor de muzikanten maar vast begonnen te spelen. Steeds als zij ophielden, moesten wij snel beginnen met zingen. Op een zo'n moment heb ik mijn mond opengetrokken en met mijn vernieuwde ademhaling een Noors lied gezongen (men wilde ook graag buitenlandse liedjes horen). Het was toen echt muis- en muisstil: ik weet nog dat ik tijdens het zingen steeds dacht: het is heel stil en het gaat heel goed!!!!!!! 'K was heel trots op mijzelf. Jammergenoeg mocht mijn intermezzo niet baten: de muzikanten gingen daarna rustig verder met spelen. Wij zijn toen maar naar een ander café verhuisd, alwaar de sessie zonder publiek doodbloedde. Aan het einde van de week, op zaterdag, hadden we twaalf liedjes geleerd en werd het tijd om in het eentje het mooiste lied in zijn geheel te zingen voor het gehoor van de hele klas. Met de begeleidende humor van Rosie sloeg iedereen zich daar goed doorheen, nou ja, bijna iedereen. De man die niet kon zingen koos het langste lied uit om dat volledig te verkrachten, maar Rosie had geen puf om het hele lied lang alle fouten te verbeteren: dus wij luisterden met kromme tenen en ingehouden schaterlach naar een soort Ierse rap.

Euh...euh...ik weet nix meer te vertellen....

Nog maar vier weekjes en dan ga ik naar huis. Raar idee is dat: we hebben nu eigenlijk twee thuisen: één in Amsterdam en één in Dublin. Ik zie er toch stiekum wel naar uit om weer in ons eigen huisje te wonen met de katten en onze eigen spullen en met een gezellige woonkamer... De komende weken bestaan voornamelijk uit werken en reizen, dus de tijd zal in ieder geval omvliegen. In de tussentijd zal er nog wel een mail komen, tot die tijd: knuffel van Paul en Thirs

updates: vorige 1  2  3  4  5  6  7  8 volgende