|
emigratie • de aanloop
juni t/m augustus 1999: drie maanden Dublin
|
||
|
lopend dagboek dagboek 2006 05 04 03 02 01 2005 12 11 10 09 08 07 06 05 04 03 02 01 2004 12 11 10 09 08 07 06 05 04 03 02 01 2003 12 11 10 09 08 07 06 05 04 03 02 01 2002 12 links kathrijn hendrikje beeldverslagen armagh city waarom armagh de aanloop dublin '98 dublin '99 uilleann pipes
|
|
ALWEER een update! Niet dat er zo schokkend veel gebeurd is, maar genoeg om er een update aan te wijden. En zo blijven het een beetje behapbare brokjes... Althans, dat was de theorie, de praktijk blijkt wat tegen te vallen: Waar waren we ookalweer gebleven? Waterford! Geloof ik. Met ma naar de Waterford Crystal Factory geweest. Ik heb al gezegd dat ik wat ze daar maken niet echt mooi vind. Sterker nog, het meeste ziet eruit als enorme kitsch, maar wel erg knappe kitsch. Als je hoort hoe lang werknemers moeten studeren en werken om 'master' genoemd te worden, da's toch echt indrukwekkend (tot acht jaar). Verder worden alle patronen UIT HET HOOFD gegraveerd. Je geeft die mensen een patroonnummer en ze maken het, uit de losse hand. Alles is handwerk en dat verklaart de verschrikkelijk hoge prijzen, net als bij de pipes. Maar.... er is 1 glas dat ik WEL erg mooi vind en waarschijnlijk alsnog ga aanschaffen hier in Dublin: de tumbler uit de serie Colleen: het onderste gedeelte van het glas is in een ruitpatroon geslepen en het middengedeelte bestaat uit een soort venstertjes die een andere kijk op het ruitpatroon geven. Een glas waar je niet stil mee KAN zitten: je blijft het maar ronddraaien. Eerder een speledingetje dan een glas. (That's where I come in) Jajajajajajaja, beetje ons goeie geld aan zo'n kitschglas uitgeven!!!!! Not! Neeneenee, dat begrijp je helemaal verkeerd: da's geen kitschglas, dat is een zuiver kristallen ambachtelijk optisch kunstwerkje. Enneeee, hoezo ONS geld? Maar stel je voor dat er dan ook nog een bodempje malt inzit met een mooie gouden gloed. mmmmmm... Nog bijna ruzie (woordenwisseling) over gehad met Sam Smith: ik had toegegeven dat ik de gemiddelde Schotse whisky lekkerder vind dan de gemiddelde Ierse whiskey, waarop hij verontwaardigd riep: maar zij hebben het van ONS geleerd. Heeft-ie helemaal gelijk in, maar dat neemt niet weg dat de Ieren tegenwoordig een PEATED single malt pot still produceren (Connemara), terwijl Ierse whiskey helemaal niet peated hoort te zijn: hebben ze weer afgekeken van de Schotten. Maar goed, da's een andere hobby... Samen met Ma Mulder een bezoek gebracht aan Malahide Castle: een kasteel op een landgoed enkele mijlen ten noorden van Dublin. Eerst een uur in de regen op de bus staan wachten: in het busboekje stond dat we de 32 moesten hebben, na navraag bij een buschauffeur meenden we dat we de 27 of 29 moesten hebben en uiteindelijk bleek het de 42 te zijn (welke anders). Maar die was net weg toen we daar achterkwamen, ik heb 'm nog voorbij zien komen en dacht nog, hee, de 42. Leuke rit naar het landgoed, flinke tippel naar het kasteel, blijkt het heavily tourist-infested te wezen, met hele hordes Italianen EN kinderen: beiden niet uit te staan in groepen en HELEMAAL niet bij toeristische attracties. HET hoogtepunt was voor mij echter (naast de Banoffi-taart = bananen/toffee-taart in het restaurant) het Crafts-center vlakbij het kasteel. Komen we daar nietsvermoedend de binnenplaats op, staan we ineens oog-in-oog met de (een) werkplaats van Arie de Keyzer, een Belgische uilleann pipes bouwer. De werkplaats was wel dicht, maar door het raampje leuke foto's genomen. Nou maar kijken of ze een beetje lekker ontwikkelen. Het handige van de reis was dat ik nu weet hoe ik in Malahide moet komen: daar moet ik over anderhalve week heen voor een afspraak met Kevin Thompson, eveneens uilleann pipes bouwer, bij wie ik een chanter en drie rieten heb besteld en misschien nog meer ga bestellen, maar dat zien we over anderhalve week wel. Afgelopen dinsdag heeft ma Mulder de stoute schoenen aangetrokken en is in haar eentje op pad geweest, met een georganiseerde busreis naar Roscommon House en Powers Court, in county Wicklow. Het moet erg leuk geweest zijn, vooral de reis naar en van de attracties. Op woensdag heeft ze zelf Dublin verkend en des avonds hebben we 'een deur ingetrapt' (eerste keer dat ik die uitdrukking hoorde) in het restaurant van Gogerty's: erg lekker gegeten van de laatste Ierse ponden die ma nog op zak had :-) Je zou haast denken dat ik haar met voorbedachten rade van het kopen van twee souveniers heb afgehouden: een kristallen lijstje en een leuke trui. Allebei erg mooi, maar allebei 'Made in Great Britain'. En om nou bij het kopen van een aandenken aan Ierland de kas van de bezetter te spekken... Na het erg lekkere eten op zoek gegaan naar een tent waar ma authentiek Ierse dans kon bewonderen. Door een dronken Dubliner naar O'Shea's (The Merchant) geloodst en daar zitten wachten op de muziek. Het leek er erg op alsof the Merchant op foldertjes bij hotels genoemd staat: enkele minuten voordat de muziek zou beginnen stroomde de tent tjokvol. En de muziek begon stipt op tijd, te vroeg zelfs geloof ik; dat was al een slecht teken. De muziek (genre Dubliners/Dublin City Ramblers, muzikanten: gitarist en trekzakspeler) was veeeeeeeeeeeel te hard en na een kwartiertje trommelvliesschade opgelopen te hebben zijn we gevlucht. Geen danspasje gezien. Dan maar naar de CobbleStone en DAAR was het als vanouds stikgezellig!!! Fantastische sessie aan de gang, net zoals iedere woensdagavond en Tom en Neillidh waren net terug van het internationale doedelzakfestival in Estland: veel verhalen over doedelzakken en doedelzakspelers van over de hele wereld. Nog wat geklaagd over the Merchant en ons werd verweten dat we bloody spoilt waren. Maar dat hadden we zelf ook al in de gaten. Donderdagochtend vroeg ma naar de bus richting vliegveld gebracht en na terugkeer weer druk aan de arbeid; overigens: afgelopen weken ERG fanatiek aan het werk geweest, maak regelmatig zelfs dagen langer dan acht uur. Lekker bezig, met allemaal leuke en interessante resultaten en nieuwe technieken (heb mijn eerste reguliere expressies succesvol in een paar scripts verwerkt) die weer de aanzet vormen voor nieuwe dingetjes. En zo blijf je aan de gang. Donderdagavond wederom in de CobbleStone gewerkt en ..... op vrijdagochtend op naar Donegal, het noord-westen van Ierland!!! De bus vertrok om negen uur en ging een heel andere kant op dan we gewend waren: de eerste twee keren volgden we "naar het Westen" bordjes, nu voornamelijk "naar het Noorden". En dat bracht ons inderdaad in Noord-Ierland. Inclusief wegversperringen met wachttorens en hier-mag-niet-gefotografeerd-worden waarschuwingsborden. Maar daar reden we gewoon langs. Het leek erop dat je door die wegversperringen moet zigzaggen als de gewone weg echt versperd is. O ja: voor vaders gemoedsrust: we wonen schuin tegenover een kantoor van Sinn Fein :-) Gniffel. Na wat vertragingen, stops, wegwerkzaamheden en een ERG mooie reis kwamen we aan in het mooie stadje Donegal, dat NIET de hoofdstad van County Donegal blijkt te zijn. Van de bushalte naar de ingang van het Abbey-hotel aan het centrale plein (the Diamond) was wel vijf meter en vijf minuten later zaten we in onze kamer, 213; naast de lift, die bij het op- en neergaan een wwwwhoehoehoemmmmmmm-geluid maakte. Als je eenmaal wist wat het was viel het wel mee en de ventilatoren op het dak naast het raam gingen om elf uur 's avonds uit. En het feestje beneden met de muziek die in de springveren van ons bed resoneerde was al om twee uur 's nachts afgelopen. Maar, eerst hebben we wat gegeten, toen wat geslapen, het stadje rondgelopen en wat gegeten in een goedkoop restaurant, wat tv gekeken en weer heeeeeeeeerlijk geslapen: de afgelopen weken hadden ons aardig uitgeput en het was de gelegenheid bij uitstek om eens lekker te luieren. Ontbijt (full Irish) genuttigd in een afgestampt hotelrestaurant en Thirs had de vorige dag bij de VVV een bustoer "The Hills of Donegal" aangekondigd gezien. Aangezien het met bakken de hemel uitkwam en wij oorspronkelijk wandel- of fietstochten in gedachten hadden gehad, stonden wij om tien uur bij het hotel op de stoep op de bus te wachten. Bij het aan boord stappen ging de gemiddelde leeftijd twintig jaar omlaag. Een grote bus, we waren, inclusief de chauffeur, met z'n elven, ruimte zat dus. Overigens: nieuwe tactiek: we gaan tegenwoordig in de bus ACHTER elkaar zitten. Toen we op de terugweg uit Drumshanbo aan een verbaasde Sayaka uitlegden dat we niet naast elkaar in die kleine tr*tbankjes passen, schudde ze wijs haar hoofd en zei met een glimlach 'This is much mol comfoltabaw'. Maar, dus, een georganiseerde bustoer met alleen maar 65plussers, wel lekker rustig en ontspannen. Door Donegal, veel regen, soms wat opklaringen, maar het was fantastisch: Donegal is het landschap dat je door de vakantiefolders en Jameson-reclames vereenzelvigt met Ierland: bergen, meren, beboste hellingen, rotsachtige toppen, soppig turflandschap. Erg mooi en woest en het dreigende weer gaf het de onheilspellende finishing touch die het in Lapland ook zo goed doet. Ok, we hebben wel erge ToeristenDingen gedaan, maar ook wel erg veel van Donegal gezien. Het mooiste was het bezoek aan Glenveagh National Park, inclusief dal met meer en mist en kasteel EN KNUTTEN, in Schotland en Ierland beter bekend onder de naam midgies. Die beestjens kende ik nog uit Lapland: het zijn minivliegjes die door normaal muskietengaas heenkruipen en zich met miljoenen tegelijk op elk stukje ontblote huid neerstorten (voor een plastischer omschrijving lees Nooit Meer Slapen van WF Hermans, een van de mooiste boeken ooit geschreven). Alleen deze knutten hebben een beet met jeukvertraging: de beet van een Lapse knut resulteert in een rood plekje zonder jeuk. De beet van deze @#$#%beestjes is de eerste dag jeukloos, zoals ik gewend ben, maar ik zit me nu het leplazerus te krabben. Had ik dat geweten dan had ik wel wat fanatieker knutten gemept. Met de minibus naar het kasteel, bezoek gebracht aan de ontzettend mooie tuinen van het kasteel (ECHT heel erg mooi) en een 'short walk' gemaakt naar het uitzichtpunt. Op die manier kan ik ook zeggen: short walk: ik heb zelden zo'n steile klim moeten maken. Maar het resultaat was fantastisch: uitzicht over kasteel en meer en omringend landschap. Terug bij het bezoekerscentrum de 'nature walk' van twee kilometer gedaan en voor twee hele korte kilometers voelde ik mij weer op pad in Lapland, dit keer met sandalen in plaats van laarzen en zonder rugzak, maar wederom een soppige ondergrond, rotsen, geen bomen. Heerlijk. Een ander echt 'bezoek' was aan het hotel van ene Daniel O'Donell, een cheesy country-zanger uit de streek, wereldberoemd in heel Ierland. En dat brengt ons bij het onderwerp Ierse muziek uit Donegal. Dezelfde tocht bracht ons namelijk langs het huis van Enya, haar ouderlijk huis (en dus ook dat van diverse Clannad-leden) en de pub waar ze voor het eerst op de planken hebben gestaan. Nou houd ik HELEMAAL niet van Enya, heb van Clannad gehouden maar ook al lang niet meer echt en van de enkele andere muzikanten uit Donegal die ik ken heb ik ook niet echt een hoge pet op: voornamelijk zwaar gebruik van synthesizers begeleid door wat zweverig gehijg: het Enya-genre. En dan komt daar die Daniel O'Donell met Ierse country. Dat is inderdaad precies wat het zegt: Ierse country. Willie Nelson maar dan met songteksten over riviertjes in Donegal en meisjes uit Fermanagh. AjakkieBAH. 's Avonds in het dorp ook wat rondgelopen en HELEMAAL NIETS op het gebied van traditionele muziek. Waarschijnlijk is het hier hetzelfde als vorig jaar oktober in Dublin: toen viel de muziek ons ook tegen en hoor me nu eens: het is gewoon weten WAAR je moet gaan luisteren. Dus misschien doe ik de muzikanten uit Donegal wel erg tekort met het bovenstaande. Verdere bijzonderheden tijdens de tocht waren een edelhert dat broederlijk tussen wat schapen stond te grazen (benniegekbeneenschaap), het volledig stukgestoken landschap (de nieuwe methode van turfsteken laat het landschap gelukkig intakt) en een uitgestrekte wijdsheid vol helemaal niets waar bij een t-splitsing naast een weg naar nog meer niets een bordje staat "Community Alert Area". Na terugkeer (om zes uur) gaan eten in "The Olde Castle Restaurant", het andere uiterste op culinair gebied dat in Donegal-stad te vinden is. Erg lekker gegeten, niet goedkoop, maar dat compenseerde de dag ervoor weer mooi en de credit card blijft z'n werk uitstekend doen. Overigens geen flauw idee wat ons saldo op dit moment is, best een vreemd gevoel. De volgende dag: begonnen met een ontbijt in een ditmaal uitgestorven restaurant. Het bleek dat bijna alle hotelgasten deel uitmaakten van groepsreizen en dat alle bussen alweer onderweg naar hun volgende bestemming waren. Na het ontbijt een wandelingetje gemaakt naar het nabijgelegen Crafts-village en JAWEL, tussen diverse andere winkeltjes, alWEER een werkplaats van een uilleann pipes bouwer: Charles Roberts dit maal. Nou komt de goede man zelf uit Sligo en het was zondag, dus, inderdaad, ook deze werkplaats was dicht maar door de etalage veelbelovende foto's gemaakt. Terug naar het stadje en met een boottocht meegegaan door Donegal-bay. Deze baai blijkt de vertrekplaats geweest te zijn voor hele vloten richting Amerika en Canada, waarbij mensen uit de wijde omtrek naar deze baai kwamen. Over de tragedies en drama's die zich hier hebben afgespeeld wil je niet al te lang nadenken. Na terugkeer de restanten van de oude abdij bezocht en de gerestaureerde overblijfselen van het O'Donnell kasteel. Dat kasteel was erg mooi, maar erg veel was ook 'nep'. De twee opvallendste objecten, de trap en het dak, waren van deze eeuw. Het was wel grappig om de haard te zien: sterk verweerd doordat-ie eeuwen in de muren zonder dak had gezeten en aan de elementen had blootgestaan. En toen was de dag, evenals het weekend in Donegal, weer op: tijd om voor het hotel te gaan wachten op de bus naar Dublin. Nog een verrassing: de bus blijkt een onaangekondigde extra (??? wij konden 'm in ieder geval niet vinden in het reistijdenboekje) rechtstreekse rit naar Dublin te zijn! We kwamen ruim drie kwartier eerder in Dublin aan dan we gedacht hadden. Heerlijk. We stapten voor een Burger King uit, dus, sja, wat doe je dan... Verder weinig bijzonders: vandaag zo lekker gewerkt dat ik geen zin had om naar het CyberCafe te lopen en voor het eerst in vier dagen weer gespeeld: afgelopen donderdag zo lekker gewerkt dat ik zelfs niet aan spelen ben toegekomen en vrijdag tot en met gisteren zaten we in Donegal. Nou had ik m'n fluit wel bij me, maar da's toch anders: ik merkte vandaag duidelijk dat sommige spieren weer even wakker moesten worden en de souplesse in de vingers was ook niet wat-ie geweest is. Komende dagen maar weer wat meer aan de pipes zitten. Volgend weekend: NewGrange en GlendaLoch. Volgende week maandag dus definitief meer.... Hm, ik dacht, schrijf ik 's avonds effe een nieuw verslagje, is het nu verdorie half drie. 'K denk da'k maar eens ga slapen.... groeten en een dikke knuffel van Paul en Thirs. dahaaaaaaaaaaaaag!!!
|